CRITERIA VOOR EEN BIJDRAGE IN DE DRUKKOSTEN VAN HET PROEFSCHRIFT

 

Bijdrage in de drukkosten van een proefschrift:

Promovendi kunnen bij het bestuur van de NVCB een tegemoetkoming aanvragen voor de drukkosten van een proefschrift van Euro 250,=. De volgende voorwaarden zijn van toepassing:

 

1)      De aanvrager is betalend lid van de NVCB.

2)  De aanvrager heeft gedurende zijn/haar promotieonderzoek ten minste tweemaal werk gepresenteerd tijdens najaarsvergaderingen van de NVCB.

3)      Het proefschrift behandelt een onderwerp dat valt binnen de doelstellingen van de vereniging.

4)      De NVCB dient als sponsor vermeld te worden in het proefschrift.

 

De aanvraag kan na goedkeuring van het proefschrift door de referent of promotiecommissie per email ingediend worden bij het bestuur van de NVCB en is gericht aan de secretaris, dr. A. Bakker (email: nvcb@acta.nl). Een aanvraag bevat in ieder geval de persoonsgegevens van de aanvrager, een bank of girorekeningnummer waarop, na honorering, de tegemoetkoming gestort kan worden en een kopie van de titelpagina van het proefschrift. Aanvragers krijgen binnen 6 weken bericht van het bestuur over honorering van de aanvraag.


Eerdere toekenningen zijn gedaan voor de volgende proefschriften:


Greetje Renders, 2017


Verrassende invloed geneesmiddelen gewrichtsziektes op kaakgewrichtsbot


In een gezond gewricht werken kraakbeen en het onderliggende bot samen om de krachten goed te verdelen. Ze zijn van elkaar afhankelijk en alleen in staat om de verwachte biomechanische functies uit te voeren dankzij wederzijdse ondersteuning op het niveau van macro-structuur tot aan micro-structuur. Veranderingen in een van deze weefsels kan leiden tot het ontstaan van ziektes in het andere weefsel en visa versa. Een dergelijke afhankelijkheid wordt verondersteld een rol te spelen bij het ontstaan van de gewrichtsziekte osteoartritis. Voor onderzoek naar deze veranderingen in het botweefsel wordt vaak gebruik gemaakt van driedimensionale rontgentechnieken (CT). Greetje Renders gebruikte een microCT techniek om onder andere de invloed van bisfosfonaten op het kaak- en kniegewricht van de muis te onderzoeken. Bisfosfonaten zijn anti-botafbraak geneesmiddelen voor de preventie en behandeling van gewrichtsaandoeningen zoals: osteoartritis en osteoporose. Ze ontdekte dat het gebruik van deze medicatie een opmerkelijke invloed had op het bot. In het kaakgewricht ging het bot meer groeien maar verkalkte niet; iets wat in botten van de ledematen wel plaatsvindt. Een fenomeen dat nooit eerder beschreven is en waarvan we de mogelijke biologische en/of biomechanische gevolgen nog niet kennen.



Bas Majoor, 2018

Fibrous Dysplasia

Fibrous dysplasia (FD) is a rare and ubiquitous disorder, with a very wide clinical spectrum with different distribution and evolution of skeletal lesions over time, variable symptoms and impairment in function and Quality of Life (QoL), and a wide potential range of extra-skeletal manifestations: no two FD patients are alike. This thesis addresses the heterogeneity of FD, grouping the study of interesting and important topics related to this disorder. The first three chapters point out that FD patients: frequently have pain, especially those with lesions of the lower extremities and ribs; have impaired QoL compared to the general Dutch population; and may demonstrate negative illness perceptions. The second part focuses on extraskeletal manifestations of FD, providing new insights on the prevalence, characteristics and surgical outcomes of the extremely rare Mazabraud’s syndrome in a collaborative study of the European-Musculo-Skeletal-Oncology-Society. Results from a combined study with the NIH in Bethesda (US) demonstrate an increased risk for women with FD to develop breast cancer, importantly at a younger age than the general population. This risk is higher in women with lesions of the thorax and may be related to local distribution of the GNAS-mutation. Part III discusses the surgical treatment of FD, introducing a patient tailored treatment algorithm for the surgical management of the proximal femur, using allogeneic bone grafting, angled blade plates or intramedullary nailing according to the specific characteristics of the patient. The next chapter addresses characteristics, risk factors for fracture and treatment outcomes of FD lesions of the humerus. The last part involves the medical treatment of FD, demonstrating good outcomes in the majority of polyostotic FD patients after long-term treatment with bisphosphonates. However, in the more severely affected patients the effect of bisphosphonates might be insufficient, in which case there may be a role for treatment with three-monthly injections of denosumab. In conclusion, in line with its heterogeneity, FD is associated with a wide clinical spectrum of symptoms, leading to decreased mobility and function and significantly impairing QoL. Available surgical and medical therapeutic options should be delivered in a patient-tailored, individualized manner, with full knowledge of their limitations to ensure optimal outcomes.