Bijdrage in drukkosten

Promovendi kunnen bij het bestuur van de NVCB een tegemoetkoming aanvragen voor de drukkosten van een proefschrift van Euro 250,=. De volgende voorwaarden zijn van toepassing:

 

1)      De aanvrager is betalend lid van de NVCB.

2)  De aanvrager heeft gedurende zijn/haar promotieonderzoek ten minste tweemaal werk gepresenteerd tijdens najaarsvergaderingen van de NVCB.

3)      Het proefschrift behandelt een onderwerp dat valt binnen de doelstellingen van de vereniging.

4)      De NVCB dient als sponsor vermeld te worden in het proefschrift.

 

De aanvraag kan na goedkeuring van het proefschrift door de referent of promotiecommissie per email ingediend worden bij het bestuur van de NVCB en is gericht aan de secretaris, dr. H. J. van de Peppel (email: info@nvcb.nl). Een aanvraag bevat in ieder geval een begeleidende brief met motivatie, de persoonsgegevens van de aanvrager, een bankrekeningnummer (IBAN) waarop, na honorering, de tegemoetkoming gestort kan worden en een kopie van de titelpagina van het proefschrift. Aanvragers krijgen binnen 6 weken bericht van het bestuur over honorering van de aanvraag.

Eerdere toekenningen zijn gedaan voor de volgende proefschriften:

Andrea Brum, 2020

Dit proefschrift presenteert een aantal nieuwe bevindingen op het gebied van bot biologie met behulp van een combinatie van bio-informatica, genomische- , moleculaire- en proteomische benaderingen, en benadrukt de complexiteit van de biologie en studie van osteoblastdifferentiatie. De beschreven resultaten omvatten de ontdekking van een aantal factoren die de osteoblastdifferentiatie beïnvloeden, inclusief de Connectivity Map-geïdentificeerde verbindingen: parbendazol, withaferine A, calciumfolinaat, amylocaïne en salbutamol, en de osteoblast-afstammingsspecifieke genen: CLIC3 en MUC1; deze bevindingen openen nieuwe wegen op het terrein van de bot biologie voor ontwikkeling van bot anabole therapieën. Bovendien is het belang van het cytoskelet bij het reguleren en beïnvloeden van osteoblastdifferentiatie benadrukt.


Maaike Schilperoort, 2020

Chronische metabole aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en osteoporose komen vaker voor bij mensen met een verstoord circadiaan ritme, bijvoorbeeld als gevolg van het werken in nachtdiensten. Dit proefschrift geeft inzicht in de rol van de biologische klok in de ontwikkeling van deze metabole aandoeningen.
Wij ontdekten een sterk een sterk dag-nachtritme in genexpressie in het bot van muizen, wat verstoord werd door wisselingen in de licht-donkercyclus. Herhaaldelijke wisselingen in licht-donkercyclus leidden tot een verminderde botaanmaak, afwijkingen in de botstructuur en een verhoogde botverkalking, wat mogelijk het verhoogde risico op botbreuken in mensen met een verstoorde biologische klok kan verklaren.
Hiernaast hebben wij onderzocht of een verstoord ritme in glucocorticoïd hormoon ook kan bijdragen aan de ontwikkeling van osteoporose. Platlegging van het corticosteron ritme in muizen resulteerde in een verhoogde botafbraak ten opzichte van de botaanmaak, waardoor de totale hoeveelheid bot en de botsterkte afnam. Deze resultaten tonen aan dat een verstoord ritme in glucocorticoïd hormoon inderdaad het risico op osteoporose kan verhogen.
Samenvattend hebben de studies in dit proefschrift ons meer inzicht gegeven in de ontwikkeling van metabole aandoeningen in het nog steeds toenemende aantal mensen dat te maken heeft met ritmeverstoringen. Vervolgonderzoek zal zich moeten richten op de ontwikkeling van effectieve preventie- en behandelopties om ziekte in mensen met een verstoorde biologische klok tegen te gaan.


Rachida Rafiq, 2020

In dit proefschrift hebben we de rol van vitamine D in inflammatie, longfunctie en COPD onderzocht. In het eerste deel van dit proefschrift onderzochten we in een grote populatiestudie de relatie tussen vitamine D en inflammatie, en de rol van vet hierin. We vonden dat lagere vitamine D-waardes in het bloed gerelateerd zijn aan een het hebben van een grotere hoeveelheid buikvet. Ook vonden we dat de relaties tussen vitamine D-waarden en inflammatiemarkers voor een groot deel verklaard werden door vetmaten. Deze bevindingen suggereren een belangrijke rol van vetweefsel in het vitamine D-metabolisme. In het tweede deel van dit proefschrift onderzochten we de relatie tussen vitamine D-waarden en longfunctie in twee verschillende populatiestudies. In de eerste studie vonden we dat lagere vitamine D-waarden geassocieerd zijn met een slechtere longfunctie in deelnemers met obesitas, maar niet in deelnemers zonder obesitas. Ook vonden we dat lagere vitamine D-waarden geassocieerd zijn met meer luchtweginflammatie. In de tweede studie vonden we echter geen verschil voor BMI, maar wel voor geslacht. In deze studie hebben we ook gekeken of fysieke functie en inflammatie en mogelijke verklaring zijn van deze relatie. Zowel fysieke functie als inflammatie bleken geen mediator te zijn in de associatie. De verschillen tussen de resultaten van deze twee studies konden we niet volledig verklaren. In het laatste deel van dit proefschrift onderzochten we de rol van vitamine D op kwaliteit van leven en in patiënten met COPD. We vonden dat lagere vitamine D-waarden geassocieerd waren met lagere scores op kwaliteit van leven. Deze relatie bleek voor een groot deel verklaard te worden door fysieke functiescore, aantal chronische ziekten en depressieve symptomen. In onze pilot trial onderzochten we het effect van vitamine D-suppletie in COPD-patiënten met een vitamine D-tekort. Vitamine D-suppletie bleek geen effect te hebben op fysieke functie en ademhalingsspierkracht. De resultaten van deze studie werden meegenomen in een meta-analyse samen met twee andere trials. In deze studie werd het effect van vitamine D-suppletie op het aantal exacerbaties onderzocht. Uit deze studie bleek dat vitamine D-suppletie geen effect had op het aantal exacerbaties in de totale populatie, maar wel in patiënten met een lage vitamine D-waarde (<25 nmol/). Tot slot beschrijft dit proefschrift ook de opzet van de PRECOVID-studie, die momenteel nog loopt. In deze trial zijn de bevindingen uit de voorgaande studies meegenomen. Deze studie zal hopelijk meer duidelijkheid verschaffen over het effect van vitamine D-suppletie in patiënten met COPD.

Bas Majoor, 2018

Fibrous Dysplasia

Fibrous dysplasia (FD) is a rare and ubiquitous disorder, with a very wide clinical spectrum with different distribution and evolution of skeletal lesions over time, variable symptoms and impairment in function and Quality of Life (QoL), and a wide potential range of extra-skeletal manifestations: no two FD patients are alike. This thesis addresses the heterogeneity of FD, grouping the study of interesting and important topics related to this disorder. The first three chapters point out that FD patients: frequently have pain, especially those with lesions of the lower extremities and ribs; have impaired QoL compared to the general Dutch population; and may demonstrate negative illness perceptions. The second part focuses on extraskeletal manifestations of FD, providing new insights on the prevalence, characteristics and surgical outcomes of the extremely rare Mazabraud syndrome in a collaborative study of the European-Musculo-Skeletal-Oncology-Society. Results from a combined study with the NIH in Bethesda (US) demonstrate an increased risk for women with FD to develop breast cancer, importantly at a younger age than the general population. This risk is higher in women with lesions of the thorax and may be related to local distribution of the GNAS-mutation. Part III discusses the surgical treatment of FD, introducing a patient tailored treatment algorithm for the surgical management of the proximal femur, using allogeneic bone grafting, angled blade plates or intramedullary nailing according to the specific characteristics of the patient. The next chapter addresses characteristics, risk factors for fracture and treatment outcomes of FD lesions of the humerus. The last part involves the medical treatment of FD, demonstrating good outcomes in the majority of polyostotic FD patients after long-term treatment with bisphosphonates. However, in the more severely affected patients the effect of bisphosphonates might be insufficient, in which case there may be a role for treatment with three-monthly injections of denosumab. In conclusion, in line with its heterogeneity, FD is associated with a wide clinical spectrum of symptoms, leading to decreased mobility and function and significantly impairing QoL. Available surgical and medical therapeutic options should be delivered in a patient-tailored, individualized manner, with full knowledge of their limitations to ensure optimal outcomes

Greetje Renders, 2017

Verrassende invloed geneesmiddelen gewrichtsziektes op kaakgewrichtsbot

In een gezond gewricht werken kraakbeen en het onderliggende bot samen om de krachten goed te verdelen. Ze zijn van elkaar afhankelijk en alleen in staat om de verwachte biomechanische functies uit te voeren dankzij wederzijdse ondersteuning op het niveau van macro-structuur tot aan micro-structuur. Veranderingen in een van deze weefsels kan leiden tot het ontstaan van ziektes in het andere weefsel en visa versa. Een dergelijke afhankelijkheid wordt verondersteld een rol te spelen bij het ontstaan van de gewrichtsziekte osteoartritis. Voor onderzoek naar deze veranderingen in het botweefsel wordt vaak gebruik gemaakt van driedimensionale rontgentechnieken (CT). Greetje Renders gebruikte een microCT techniek om onder andere de invloed van bisfosfonaten op het kaak- en kniegewricht van de muis te onderzoeken. Bisfosfonaten zijn anti-botafbraak geneesmiddelen voor de preventie en behandeling van gewrichtsaandoeningen zoals: osteoartritis en osteoporose. Ze ontdekte dat het gebruik van deze medicatie een opmerkelijke invloed had op het bot. In het kaakgewricht ging het bot meer groeien maar verkalkte niet; iets wat in botten van de ledematen wel plaatsvindt. Een fenomeen dat nooit eerder beschreven is en waarvan we de mogelijke biologische en/of biomechanische gevolgen nog niet kennen.